Pesterijen in de leraarskamer: ‘Dit is misschien wel het grootste probleem van ons onderwijs’

Image
Nieuws | Pesterijen in de leraarskamer: ‘Dit is misschien wel het grootste probleem van ons onderwijs’

‘Kan ik afdwingen dat mijn zoon in de klas een koptelefoon op mag?’

Bij het begin van het nieuwe schooljaar beantwoordt Myriam Van den Abeele, advocate onderwijsrecht, elke week een vraag over rechten en plichten in het onderwijs.

Ik ga naar school en ik neem mee: een tent, een slaapmatje, een kop­telefoon… Die dingen kunnen heel nuttig zijn. Sterker nog: soms hebben leerlingen er recht op. In het Vlaamse onderwijs geldt een ­‘redelijke aanpassingsplicht’. Alle ouders hebben het recht om hun kind in een gewone school in te schrijven. Ook als het ­speciale ­onderwijsbehoeften heeft.

De school is verplicht om redelijke aanpassingen door te voeren die het de leerling in kwestie mogelijk maken om de lessen te volgen. Dat geldt ook als die geen officiële diagnose of label heeft – al kan een diagnose helpen om snel te achterhalen welke aanpassingen aange­wezen zijn.

Maar wat is redelijk en wat niet? Op zich is het simpel: zolang een kind hetzelfde lesprogramma kan volgen als de andere leerlingen zijn de aanpassingen redelijk en moet de school ze dus toestaan. Dat kan betekenen dat een leerling tijdelijk wordt vrij­gesteld van bepaalde opdrachten, zoals een spreekbeurt ­geven, of dat het sommige examens niet hoeft te maken.

Er zijn ook ­scholieren die hulpmiddelen nodig hebben om een beperking op te ­vangen. Zo gebruiken kinderen met dyslexie soms leessoftware, en mogen leerlingen met een concentratiestoornis bij een toets een kop­telefoon op. Wie autisme heeft en overprikkeld raakt, mag zich soms in een tentje terugtrekken of even op een matje liggen. Anderen krijgen dan weer extra tijd bij toetsen of ­mogen een taak later indienen.

‘Redelijke aanpassingen zijn geen gunst maar een recht.’

Voor ouders is het belangrijk om te weten dat die aanpassingen geen gunst zijn, maar een recht. Ze bevoordelen hun kind niet, maar zorgen ervoor dat de ongelijke kansen waarmee het start voor een deel worden goedgemaakt. Een school kan de gevraagde aanpassing alleen weigeren als er sprake is van een ‘onevenredige belasting’. Wat dat precies inhoudt, is niet wettelijk vastgelegd.

Het moet geval per geval worden beoordeeld, en daar kan dus discussie over zijn. Zo heb ik eens de ouders van een rolstoelpatiënt vertegenwoordigd: de school vond het te belastend om andere leerlingen zijn rolstoel te laten duwen. Het is ook mogelijk dat wat evenredig is voor de ene school dat niet is voor de andere. Niet elke school beschikt over hetzelfde personeelsbestand en dezelfde financiële middelen.

Wat kun je als ouder doen als een school de gevraagde aanpassingen weigert? Probeer constructief in gesprek te gaan. In beginsel heeft iedereen hetzelfde doel voor ogen: het belang van de leerling. Komen jullie er toch niet uit? Dan kun je een bemiddelaar inschakelen en eventueel een advocaat in de arm nemen.

Als ultimum remedium kun je ook je toevlucht nemen tot een (kortgeding)rechter. Of bij een andere school aankloppen met de vraag of de nodige aanpassingen daar wel mogelijk zijn. Maar meestal hoeft het niet zover te komen. Mijn ervaring is dat ouders en de school van hun kind, mits ze enige creativiteit aan de dag leg­gen, meestal een compromis vinden.

BRON

Knack 19 augustus 2026
Artikel: Myriam Van den Abeele
Foto: Thomas Nolf

terug naar overzicht